ECLI:NL:RBMNE:2022:339
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na niet-tijdig beslissen en geen dwangsom toegekend
Verzoeker heeft op 23 juni 2020 een aanvraag ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (verweerder) en verzocht om een besluit. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelde verzoeker verweerder op 8 januari 2021 in gebreke en stelde vervolgens beroep in wegens niet-tijdig beslissen. Dit eerste beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van griffierecht. Op 14 september 2021 stelde verzoeker opnieuw beroep in. Verweerder nam op 24 september 2021 alsnog een besluit, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder proceskosten aan verzoeker moet betalen, omdat verweerder met het besluit tegemoet is gekomen aan het verzoek. De proceskosten werden vastgesteld op €379,50, rekening houdend met de aard van de zaak en een wegingsfactor van 0,5.
Verzoeker vorderde daarnaast een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen. Verweerder stelde dat hij nooit in gebreke was gesteld. Verzoeker kon dit niet aannemelijk maken omdat hij geen verzendbewijs van de ingebrekestelling overlegde. De rechtbank concludeerde dat verweerder geen dwangsom verschuldigd is.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Stijnen op 2 februari 2022 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €379,50 aan proceskosten; de gevorderde dwangsom wordt afgewezen.