ECLI:NL:RBMNE:2022:3390
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning in Utrecht
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Utrecht, vastgesteld op €1.689.000 per 1 januari 2020. Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare woningen werden meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De referentiewoningen waren vergelijkbaar qua ligging, bouwjaar en uitstraling, en de verschillen in gebruiksoppervlakte waren adequaat verwerkt in de waardebepaling.
Eiser voerde diverse beroepsgronden aan, waaronder het niet overleggen van alle op de zaak betrekking hebbende stukken en onjuiste waardering van voorzieningen. De rechtbank verwierp deze gronden, stellende dat verweerder voldeed aan de informatieplicht en de waarderingen voldoende waren onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door mr. S.G.M. van Veen op 23 mei 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.689.000 wordt ongegrond verklaard.