Op 10 maart 2022 is aan de vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een appartementsgebouw met 25 zorgwoningen in Zeist. Verzoekers, wonend in de nabijheid, zijn het niet eens met deze vergunning en hebben beroep ingesteld bij de rechtbank. Ter voorkoming van onomkeerbare bouwactiviteiten vóór de uitspraak op het beroep, hebben zij een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting en concludeert dat er geen spoedeisend belang is. De vergunninghouder heeft namelijk schriftelijk toegezegd te zullen wachten met bouwen tot na de uitspraak op het beroep, waarvan de mondelinge behandeling is vervroegd naar 22 augustus 2022. De voorzieningenrechter acht deze toezegging betrouwbaar en ziet geen reden om aan te nemen dat de vergunninghouder deze niet zal nakomen.
Daarnaast is er op basis van een voorlopige beoordeling geen aanleiding om ernstig aan de rechtmatigheid van de vergunning te twijfelen. De beroepsgronden en dossierstukken geven hiervoor geen aanleiding. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en het betaalde griffierecht terugbetaald. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.