ECLI:NL:RBMNE:2022:3406

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 augustus 2022
Publicatiedatum
24 augustus 2022
Zaaknummer
C/16/541297 / JE RK 22-1153
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 lid 1 BWArt. 1:265c lid 2 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige tot meerderjarigheid

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden Nederland tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2004, tot aan zijn meerderjarigheid op 16 september 2022. De minderjarige verblijft in een pleeggezin en het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door de ouders. De ouders zijn tegen de verlenging, terwijl de minderjarige en pleegouders hiermee instemmen.

Tijdens de mondelinge behandeling, die met gesloten deuren plaatsvond, was de gezinsvoogd aanwezig. De ouders en pleegouders waren uitgenodigd maar niet aanwezig. De minderjarige maakte geen gebruik van de mogelijkheid om zijn mening te geven. De kinderrechter constateert dat het goed gaat met de minderjarige; hij woont al geruime tijd in het pleeggezin, heeft een druk sociaal leven en doet het goed op school. Er is regelmatig contact met familie, hoewel de relatie met de ouders verstoord blijft.

De ouders steunen de plaatsing niet en zijn van mening dat behandeling nodig is. Zij hebben het pleeggezin nog niet bezocht ondanks uitnodigingen. De kinderrechter acht verlenging noodzakelijk om de minderjarige stabiliteit te bieden en hem zonder zorgen over zijn verblijf in het pleeggezin te laten opgroeien. De gezinsvoogd wordt geprezen voor haar inzet, ondanks weerstand van de ouders. De beschikking wordt verlengd tot 16 september 2022 en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot aan zijn meerderjarigheid.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/541297 / JE RK 22-1153
Datum uitspraak: 11 augustus 2022
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van

de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden Nederland,

locatie Utrecht, hierna te noemen: de GI,
betreffende

[minderjarige] , geboren op [2004] in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] ,

[pleegouders] ,

hierna te noemen: de pleegouders,
wonende in [woonplaats] .

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek met bijlagen van de GI van 4 juli 2022, ingekomen bij de griffie op 4 juli 2022;
- de nagezonden evaluatierapportage van de GI van 7 juli 2022, ingekomen bij de griffie op 10 augustus 2022.
Op 11 augustus 2022 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Mevrouw [A] was aanwezig tijdens de mondelinge behandeling. De ouders en de pleegouders waren ook uitgenodigd voor de zitting, maar zij zijn niet gekomen.
De kinderrechter heeft ook aan [minderjarige] gevraagd wat hij van het verzoek vindt. Hij heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zijn mening te geven.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.
[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
Bij beschikking van 13 augustus 2020 is [minderjarige] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 13 augustus 2022.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 13 augustus 2020 ook een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige] . Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 13 augustus 2022.

Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlengen tot aan zijn meerderjarigheid, dat wil zeggen tot 16 september 2022.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Uit de stukken blijkt dat de ouders het niet eens zijn met de verzoeken van de GI. [minderjarige] en de pleegouders zijn het wel eens met de verzoeken van de GI.

De beoordeling

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen tot aan zijn meerderjarigheid (artikel 1:260, eerste lid, BW). Daarnaast vindt de kinderrechter de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van zijn verzorging en opvoeding en zal dus de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] ook verlengen tot aan zijn meerderjarigheid (artikel 1:265c, tweede lid, BW). De kinderrechter zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissingen neemt.
De kinderrechter is heel blij om te horen dat het erg goed gaat met [minderjarige] . [minderjarige] woont al geruime tijd in het pleeggezin en heeft het daar heel fijn. Hij heeft een druk sociaal leven en heeft het afgelopen schooljaar ook hard zijn best gedaan op school en een aantal examens positief afgerond. Volgend jaar gaat hij officieel naar 6 VWO en doet hij examen in de resterende vakken. Inmiddels is er ook regelmatig contact tussen [minderjarige] en zijn ouders, broertje, zusje en andere familieleden. Dat is positief. Ondanks dat het nu zo goed gaat met [minderjarige] lijken de ouders dit niet in te zien, waardoor er een verstoorde verhouding blijft bestaan tussen [minderjarige] en de ouders. De ouders blijven zich ernstige zorgen maken over [minderjarige] en blijven aangeven dat [minderjarige] behandeling nodig heeft. De ouders staan ook niet achter de plaatsing van [minderjarige] in het pleeggezin. Ondanks vele uitnodigingen van [minderjarige] zijn zij nog niet op bezoek geweest in het pleeggezin. Dat vindt de kinderrechter heel jammer voor [minderjarige] . De ouders geven hierdoor een signaal af dat zij de plaatsing van [minderjarige] in het pleeggezin niet steunen, terwijl [minderjarige] het daar wel heel fijn heeft.
Gelet op het voorgaande vindt de kinderrechter het noodzakelijk dat de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] zal worden verlengd tot aan zijn meerderjarigheid. Op deze manier kan [minderjarige] zonder zich zorgen te hoeven maken over zijn plek in het pleeggezin en over hoe het zou zijn zonder de betrokkenheid van de gezinsvoogd achttien jaar worden.
De kinderrechter wil tenslotte de gezinsvoogd, mevrouw [A] , heel hartelijk danken voor haar inzet voor [minderjarige] en het beleid dat zij in zijn belang heeft gevoerd, ondanks de weerstand van de ouders waarop zij is gestuit, die helaas zelfs heeft geleid tot een op haar persoon gerichte klacht. Het is mede dankzij de inzet van mevrouw [A] dat [minderjarige] zich op een gezonde weg naar volwassenheid bevindt. De kinderrechter wenst ook [minderjarige] heel veel geluk en succes in zijn verdere leven.

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 16 september 2022;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in het pleeggezin tot 16 september 2022;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2022 door mr. M.A.A.T. Engbers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.
Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 22 augustus 2022
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.
ZEWF