ECLI:NL:RBMNE:2022:3424
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van hoekwoning in Utrecht
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn hoekwoning in Utrecht, vastgesteld op €357.000 per 1 januari 2020, en vordert een lagere waarde van €336.000. Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatiematrix waarin vier vergelijkbare woningen uit dezelfde straat zijn opgenomen, verkocht rond de waardepeildatum.
De rechtbank oordeelt dat verweerder met de taxatiematrix en de toelichting aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De referentiewoningen zijn voldoende vergelijkbaar en de verschillen zijn adequaat meegenomen. Diverse door eiser aangevoerde beroepsgronden, zoals onvoldoende inzicht in indexering, onderhoudstoestand, ligging en keuze van referentiewoningen, worden afgewezen, deels wegens te late indiening en deels wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank bevestigt dat verweerder vrij is in de keuze van referentiewoningen en dat er in het belastingrecht sprake is van vrije bewijsleer. De waarde is vastgesteld op basis van de beste beschikbare gegevens en methoden, waarbij rekening is gehouden met relevante factoren. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €357.000 wordt ongegrond verklaard.