ECLI:NL:RBMNE:2022:3426
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van een twee-onder-een-kapwoning ongegrond verklaard
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op € 526.000,- per 1 januari 2020, en stelde een lagere waarde van € 505.000,- voor. Verweerder handhaafde de waarde en onderbouwde deze met een taxatiematrix waarin vier referentiewoningen werden vergeleken.
De rechtbank overwoog dat de referentiewoningen goed vergelijkbaar zijn qua ligging, type en bouwjaar en dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Daarbij is rekening gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en andere kenmerken.
Eisers argumenten, waaronder het betwisten van de gehanteerde referentiewoningen en de toepassing van KOUDV+L-factoren, werden niet gevolgd. De rechtbank stelde dat in belastingrecht sprake is van vrije bewijsleer en verweerder geen verplichting heeft tot een rekenmodel of vaste correctiepercentages.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter J.A. Schuman op 1 augustus 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning is ongegrond verklaard.