ECLI:NL:RBMNE:2022:3429
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Utrecht, die door verweerder op €240.000,- is vastgesteld voor het belastingjaar 2021 met waardepeildatum 1 januari 2020. Eiser stelde een lagere waarde van €219.000,- voor. Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde wijk.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De referentiewoningen zijn vergelijkbaar qua ligging, bouwjaar en uitstraling, en de taxatiematrix houdt rekening met verschillen in gebruiksoppervlakte en staat van onderhoud. Eiser heeft geen overtuigende tegenargumenten aangevoerd en heeft een beroepsgrond over VvE-reserves ingetrokken.
Ook de door eiser aangevoerde punten over de staat van voorzieningen en gedateerde keuken en sanitair zijn door verweerder adequaat meegenomen in de waardering. Een verzoek om nadere uitleg over gradaties van voorzieningen wordt door de rechtbank buiten beschouwing gelaten wegens te late indiening. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €240.000,- wordt ongegrond verklaard.