ECLI:NL:RBMNE:2022:3433
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning ongegrond verklaard
De zaak betreft een beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, gelegen aan een adres in een Nederlandse gemeente, voor het belastingjaar 2021. Verweerder had de waarde vastgesteld op €370.000, terwijl eiser een lagere waarde van €332.000 vorderde. Na een digitale zitting op 7 juni 2022 heeft de rechtbank de waarde vastgesteld op basis van een taxatiematrix die verweerder heeft overgelegd.
Verweerder onderbouwde de waarde met vier referentiewoningen die qua locatie, bouwjaar en uitstraling vergelijkbaar zijn en recentelijk rond de waardepeildatum zijn verkocht. Hoewel er fouten in de taxatiematrix werden geconstateerd, bleek uit een nieuwe doorrekening dat de referentiewoningen een hogere prijs per vierkante meter hadden dan de woning van eiser. De rechtbank achtte de onderbouwing van verweerder voldoende en oordeelde dat de waarde niet te hoog was vastgesteld.
Eiser voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder afwijkingen in gebruiksoppervlakten, onvoldoende rekening houden met gedateerde voorzieningen, en de keuze van referentiewoningen. De rechtbank verwierp deze gronden, onder meer omdat sommige standpunten te laat werden ingebracht, onvoldoende onderbouwd waren of omdat verweerder vrij was in de keuze van referentiewoningen. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €370.000 is ongegrond verklaard en de waarde wordt gehandhaafd.