ECLI:NL:RBMNE:2022:3493

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 augustus 2022
Publicatiedatum
30 augustus 2022
Zaaknummer
UTR 22/1872
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 231 GemeentewetArt. 8:54 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onbevoegde uitspraak op bezwaar parkeerbelasting

Eiseres maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd voor parkeren op 19 november 2021. De uitspraak op bezwaar werd door een medewerker van Coöperatie ParkeerService U.A. gedaan, zonder naamvermelding en zonder aantoonbaar mandaat. De rechtbank stelde vast dat de bevoegdheid van deze medewerker niet voldoende was aangetoond.

De rechtbank concludeerde dat de uitspraak op bezwaar onbevoegd was genomen en vernietigde deze. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente Zeist, werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de bevoegde heffingsambtenaar het bezwaar moet behandelen.

Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €759,- aan eiseres en het griffierecht terug te betalen. De uitspraak werd gedaan zonder zitting, op basis van stukken en het mandaatregister, dat niet op de vereiste wijze was gepubliceerd.

Uitkomst: De uitspraak op bezwaar is vernietigd wegens onbevoegdheid en verweerder moet binnen zes weken een nieuwe beslissing nemen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/1872

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2022 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: I.N.D.J. Rissema)
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Zeist, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat haar bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelastingen ongegrond is verklaard.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De naheffingsaanslag parkeerbelastingen is aan eiseres opgelegd in verband met het parkeren van haar voertuig met kenteken [kenteken] op een parkeerplaats aan de [adres] op 19 november 2021.
3. Op grond van artikel 231, tweede lid, onder b, van de Gemeentewet is de heffingsambtenaar bevoegd om gemeentelijke belastingen, zoals parkeerbelasting, te heffen. Het college van burgemeester en wethouders wijst de heffingsambtenaar aan.
4. De rechtbank stelt vast dat de uitspraak op bezwaar is gedaan namens de heffingsambtenaar en invorderingsambtenaar van Coöperatie ParkeerService U.A . door een medewerker team Parkeerrechten van Coöperatie ParkeerService U.A . Een naam van de medewerker staat niet vermeld bij de ondertekening van de uitspraak op bezwaar. De heffings- en vorderingsambtenaar van Coöperatie ParkeerService U.A . heeft er in zijn verweerschrift op gewezen dat het intern mandaatregister inmiddels is gepubliceerd op [website 1] en op [website 2] .
5. Bij brief van 3 juni 2022 heeft de rechtbank verweerder verzocht om stukken over te leggen waaruit de bevoegdheid blijkt van degene die de uitspraak op bezwaar heeft gedaan. Verweerder heeft in zijn verweerschrift verwezen naar artikel 1 van Pro een niet nader benoemd mandaatbesluit en naar een intern mandaatregister. De rechtbank weet niet op welk mandaatbesluit verweerder doelt. Alleen hierom al is ook het intern mandaatregister onvoldoende om te concluderen dat de uitspraak op bezwaar bevoegd is genomen. Overigens heeft de rechtbank al in meerdere uitspraken vastgesteld dat dit interne mandaatregister niet op de vereiste wijze is gepubliceerd en dat aan de hand van de uitspraak op bezwaar, die niet is ondertekend en geen naam van de medewerker vermeld, niet controleerbaar is of de uitspraak op bezwaar daadwerkelijk door een medewerker van Coöperatie ParkeerService U.A . is genomen.
6. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de uitspraak op bezwaar onbevoegd is genomen.
7. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van Pro de Awb) en de uitspraak op bezwaar moet worden vernietigd.
8. Verweerder moet een nieuw besluit nemen en daarbij rekening houden met deze uitspraak. Het nieuw te nemen besluit is in ieder geval bevoegd genomen als het door een door het college van burgemeester en wethouders als heffingsambtenaar voor parkeerbelastingen aangewezen persoon is genomen. De rechtbank geeft verweerder een termijn van zes weken om opnieuw op het bezwaar te beslissen.
9. Omdat het beroep gegrond is betekent dat ook dat eiseres een vergoeding krijgt voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 759,-.
10. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiseres betalen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat eiseres heeft betaald moet betalen;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 759,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2022.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.