ECLI:NL:RBMNE:2022:3498
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen afwijzing urgentie sociale huurwoning wegens niet zelf veroorzaakte situatie
Eiser woont sinds 2010 in een sociale huurwoning in Almere en heeft twee kinderen die sinds 2019 in noodopvang in Amsterdam verblijven. Door een besluit van de gemeente Amsterdam moesten de kinderen en hun moeder de noodopvang verlaten, met het risico van plaatsing in een pleeggezin. Eiser vroeg daarom urgentie aan voor een grotere woning, zodat zijn kinderen en hun moeder bij hem kunnen wonen. Het college wees dit verzoek af omdat het meende dat eiser de situatie zelf had veroorzaakt door te gaan samenwonen met zijn kinderen en hun moeder.
De rechtbank oordeelt dat eiser de situatie niet zelf heeft veroorzaakt of had kunnen voorkomen, omdat de noodopvangsituatie en het besluit van Amsterdam externe factoren zijn. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de belangen van de kinderen en de woonsituatie meegewogen moeten worden. Tevens wijst de rechtbank erop dat de beoordeling niet beperkt mag blijven tot medische gronden, aangezien de aanvraag urgentie betreft vanwege de woonsituatie.
De rechtbank veroordeelt het college tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. Het college moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen dat rekening houdt met deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen over de urgentieaanvraag.