ECLI:NL:RBMNE:2022:3511
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde recreatieve bungalow
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn recreatieve bungalow, gelegen aan een adres in een plaats, die door de gemeente voor het belastingjaar 2021 is vastgesteld op €266.000 na eerdere verlaging van €341.000.
Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatiematrix waarin de woning is vergeleken met vier referentiewoningen in een andere plaats, waarbij rekening is gehouden met verschillen in inhoud, perceeloppervlakte en ligging. Eiser betwist onder meer het ontbreken van een inpandige opname, de vergelijkbaarheid van referentiewoningen en de bereikbaarheid van de woning per boot.
De rechtbank oordeelt dat verweerder geen verplichting had tot inpandige opname en dat de taxatiematrix voldoende inzicht geeft in de waardebepaling. Ook acht de rechtbank de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar en vindt zij dat de afwijkende ligging en bereikbaarheid geen waardedrukkend effect hebben dat niet is meegenomen.
Verder is het jojo-effect in WOZ-waarden over de jaren niet relevant omdat de waarde jaarlijks op basis van actuele feiten wordt vastgesteld. Een vergelijking met de WOZ-waarde van het voorgaande jaar en een CBS-prijsindexering is onvoldoende nauwkeurig als maatstaf.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt de WOZ-waarde van €266.000. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €266.000 wordt ongegrond verklaard.