De VvE en de beheerder sloten op 25 mei 2016 een overeenkomst waarbij de beheerder werkzaamheden uitvoerde tegen een vast honorarium, met additionele vergoedingen voor extra werkzaamheden. De VvE vorderde betaling terug van €4.114 die zij had betaald aan de beheerder voor begeleidingswerkzaamheden bij het vervangen van kozijnen, stellende dat deze factuur onverschuldigd was omdat geen opdracht was gegeven.
De kantonrechter oordeelde dat de VvE wel ontvankelijk was in haar vordering omdat de ledenvergadering het bestuur had gemachtigd tot het instellen van de rechtsvordering. Inhoudelijk stelde de rechtbank vast dat de werkzaamheden waarvoor de factuur was ingediend additionele werkzaamheden betroffen waarvoor opdracht was gegeven, ook al was de offerte niet formeel ondertekend. Diverse correspondentie en gedragingen van de VvE toonden aan dat zij de werkzaamheden accepteerde en begeleidde.
De vordering van de VvE werd daarom afgewezen. Ook het verweer van de beheerder in reconventie behoefde geen beoordeling omdat de hoofdvordering werd afgewezen. De VvE werd veroordeeld in de proceskosten van de beheerder.