ECLI:NL:RBMNE:2022:3547
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering jachtakte wegens strafrechtelijke veroordeling
Verzoeker heeft op 10 maart 2022 een jachtakte aangevraagd voor het jachtseizoen 2022-2023. Verweerder, de korpschef van politie, heeft de aanvraag geweigerd vanwege een onherroepelijke veroordeling van verzoeker voor smaadschrift, wat leidde tot een geldboete en een voorwaardelijke hechtenis met proeftijd.
Verzoeker heeft administratief beroep ingesteld bij de Minister van Justitie en Veiligheid en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. Tijdens de zitting op 15 augustus 2022 is het verzoek behandeld, waarbij verweerder niet is verschenen.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld dat het besluit niet evident onrechtmatig is, mede gelet op de strafrechtelijke veroordeling en het belang dat van een jachtaktehouder wordt verwacht zich aan wettelijke regels te houden. Het spoedeisend belang van verzoeker werd onvoldoende onderbouwd, en het belang van de samenleving bij veiligheid weegt zwaarder.
De voorzieningenrechter concludeert dat het belang van verzoeker minder zwaar weegt dan dat van verweerder, mede omdat andere jagers het jachtgebied kunnen beheren en de stellingen over schade niet met stukken zijn onderbouwd. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 26 augustus 2022 door de voorzieningenrechter S.C.A. van Kuijeren en griffier N.K. Boer – de Bruin, en is in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de jachtakte wordt afgewezen wegens ontbreken van evidente onrechtmatigheid en spoedeisend belang.