ECLI:NL:RBMNE:2022:3549
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens overtreding APV Amersfoort
De burgemeester van Amersfoort legde verzoeker een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 2:74a van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Amersfoort. Dit volgde op politieonderzoek waarbij verzoeker werd aangehouden met harddrugs en telefoons met aanwijzingen voor drugshandel. De last verbiedt verzoeker om op openbare plaatsen in Amersfoort met een voertuig drugs aan te bieden of te vervoeren.
Verzoeker maakte bezwaar tegen deze last en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, stellende dat de last zijn bewegingsvrijheid ernstig beperkt, waardoor hij zijn werk in het garagebedrijf van zijn vader niet goed kan uitvoeren en zijn familieverplichtingen niet kan nakomen. Tevens vreesde hij reputatieschade door mogelijke frequente controles.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake is van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. De mogelijkheid tot controles binnen Amersfoort vormt geen onomkeerbare situatie en verzoeker kan zijn werkzaamheden buiten de gemeente blijven uitvoeren. Ook is niet aannemelijk dat de last zijn bewegingsvrijheid zodanig beperkt dat niet op de bezwaarprocedure kan worden gewacht.
Omdat het spoedeisend belang ontbreekt en het besluit niet evident onrechtmatig is, werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wegens overtreding van artikel 2:74a APV Amersfoort is afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.