ECLI:NL:RBMNE:2022:3623
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verhuurder moet onrechtmatig leeggehaalde kamer weer ter beschikking stellen en voorschot schadevergoeding betalen
De eiser huurt sinds 2014 een kamer in een woning die eigendom is van de gedaagde. Na vertrek van andere huurders begon de dochter van de gedaagde met verbouwingen. Zonder toestemming van de eiser heeft de gedaagde diens kamer leeggeruimd en het slot vervangen terwijl de eiser afwezig was.
De rechtbank oordeelt dat de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd met huurbescherming niet rechtsgeldig is beëindigd, omdat de gedaagde niet aan de wettelijke eisen voor opzegging heeft voldaan en er geen overeenstemming was over beëindiging. De kamer is daardoor onrechtmatig onbewoonbaar gemaakt.
De rechtbank beveelt de gedaagde om binnen twee maanden de kamer inclusief voorzieningen weer bewoonbaar aan de eiser ter beschikking te stellen, met een dwangsom bij niet-naleving. Ook moet de gedaagde de eigendommen van de eiser binnen 24 uur teruggeven en wordt een verbod opgelegd om zonder toestemming de kamer te betreden.
Verder wordt een voorschot van € 2.000,- toegekend voor herinrichtings- en verhuiskosten, terwijl een vordering voor immateriële schade wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verhuurder moet binnen twee maanden de kamer bewoonbaar aan huurder ter beschikking stellen en een voorschot op schadevergoeding betalen.