In deze bestuursrechtelijke procedure vordert verzoeker een hogere proceskostenvergoeding na een besluit van verweerder waarbij per abuis een te laag bedrag werd toegekend. Verweerder erkent de fout en stemt in met betaling van de juiste vergoeding, maar betoogt dat het beroep had kunnen worden voorkomen door direct contact.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker terecht in beroep is gegaan, aangezien hij het recht heeft om bezwaar te maken tegen een onjuiste beslissing. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt dat het beroep onnodig was.
Gezien de geringe omvang van het geschil past de rechtbank een wegingsfactor van 0,25 toe en stelt de proceskostenvergoeding vast op €189,75. Daarnaast moet verweerder het griffierecht van €184,- aan verzoeker betalen. De uitspraak is gedaan door rechter Catsburg op 3 augustus 2022.