Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Belastingdienst op haar aanvraag kinderopvangtoeslag. De aanvraag dateert van februari 2020, waarbij de Belastingdienst al meerdere keren bedragen heeft toegekend en een verlenging van de beslistermijn heeft aangevraagd. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn uiterlijk 30 juni 2021 had moeten zijn verstreken, maar dat de Belastingdienst nog geen definitief besluit heeft genomen.
Eiseres heeft de Belastingdienst op 7 februari 2022 in gebreke gesteld, waarna een termijn van twee weken is verstreken. De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst een dwangsom moet betalen voor de overschrijding van de beslistermijn en legt deze vast op €1.442,-. Tevens bepaalt de rechtbank dat de Belastingdienst binnen twaalf weken na het verweerschrift een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging voor de periode waarin eiseres een zienswijze kan indienen.
De rechtbank erkent de uitzonderlijke situatie vanwege de omvang en complexiteit van de herbeoordelingen in de kinderopvangtoeslagenaffaire. Ondanks de lange wachttijd acht de rechtbank de termijn van twaalf weken redelijk. Daarnaast wordt de Belastingdienst veroordeeld tot betaling van proceskosten en het griffierecht aan eiseres. Het beroep wordt daarmee kennelijk gegrond verklaard.