Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met onderbouwing 1 tot en met 6,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser vordert betaling van een factuur van €540,- voor taxatiewerkzaamheden die hij zou hebben verricht in opdracht van gedaagde. Eiser stelt dat op 29 maart 2021 een overeenkomst van opdracht is gesloten voor het taxeren van een woning ten behoeve van aankoop door gedaagde.
Gedaagde betwist de opdrachtverlening en ondertekening van de digitale overeenkomst. Hoewel zijn persoonsgegevens in de overeenkomst staan, ontbreekt een handtekening of kenmerk die bevestigt dat hij de overeenkomst heeft ondertekend. Eiser heeft niet toegelicht hoe de overeenkomst tot stand is gekomen.
Eiser voert aan dat gedaagde hem toegang tot de woning heeft verleend, wat duidt op opdrachtverlening. Gedaagde stelt echter dat hij nog geen eigenaar was en dat de taxateur door de toenmalige eigenaren is toegelaten. Een taxatierapport is niet overgelegd. De kantonrechter oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat een overeenkomst is gesloten en wijst de vordering af.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die voor gedaagde nihil worden vastgesteld.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de factuur wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een overeenkomst.