Uitspraak
1.De procedure
Bij de mondelinge behandeling zijn verzoeker en zijn gemachtigde verschenen. De rechter is met bericht van verhindering niet verschenen.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in zaak 21/4461, stellende dat de rechter onpartijdigheid ontbeert vanwege eerdere uitspraken die onterecht in het nadeel van verzoeker en ten gunste van het college van B&W van Utrecht zouden zijn. Verzoeker baseerde dit op uitspraken van de Raad van State en een eerdere uitspraak van de meervoudige kamer.
De wrakingskamer onderzocht of er sprake was van daadwerkelijke of objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Hierbij werd benadrukt dat een rechter onpartijdig wordt geacht totdat het tegendeel is bewezen en dat het subjectieve gevoel van de procespartij niet doorslaggevend is.
De wrakingskamer oordeelde dat het feit dat eerdere uitspraken in hoger beroep zijn vernietigd niet leidt tot een vermoeden van partijdigheid. Ook de verwijzing naar eerdere uitspraken waarin de rechter zich committeerde aan het oordeel van de meervoudige kamer gaf geen aanleiding tot het vermoeden van vooringenomenheid.
Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en de procedure in zaak 21/4461 moest worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.