ECLI:NL:RBMNE:2022:3744
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opzegging huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik door verhuurder
De zaak betreft een geschil over de opzegging van een huurovereenkomst voor een woonruimte door de verhuurder wegens dringend eigen gebruik. De verhuurder stelde dat hij de woning zelf wilde betrekken om zijn kinderen huisvesting te bieden, mede omdat de hypotheekhouder geen toestemming gaf voor verhuur. De huurder betwistte de ontvangst van de opzeggingsbrief en voerde aan dat geen sprake was van dringend eigen gebruik en dat zij een zwaarwegend belang had bij het blijven wonen vanwege ernstige psychische problemen.
De rechtbank oordeelde dat de opzeggingsbrief niet is ontvangen en dat de verhuurder geen bewijs leverde van verzending. Ook inhoudelijk werd geoordeeld dat het niet aantonen van een eigen belang van de verhuurder en het ontbreken van passende vervangende woonruimte voor de huurder de opzegging niet rechtvaardigen. De belangenafweging wees uit dat het belang van de huurder prevaleert vanwege haar psychische gezondheid.
De vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst werd daarom afgewezen en de huurovereenkomst wordt voor onbepaalde tijd verlengd. De verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten. De voorwaardelijke vordering van de huurder tot een hogere verhuisvergoeding werd niet behandeld omdat de hoofdvordering werd afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik wordt afgewezen en de huurovereenkomst wordt verlengd voor onbepaalde tijd.