In deze procedure vordert eiseres, een besloten vennootschap, een voorlopige voorziening in een kort geding tegen meerdere gedaagden, waaronder een natuurlijk persoon en besloten vennootschappen, met betrekking tot vermeende onrechtmatige uitlatingen en het gebruik van klantgegevens.
De voorzieningenrechter beoordeelt of toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is, waarbij wordt gekeken naar het belang van eiseres en de samenhang met de hoofdvordering. Hoewel aan de samenhangseis is voldaan, speelt mee dat de mondelinge behandeling van het kort geding binnen korte tijd zal plaatsvinden, waardoor een voorlopige voorziening minder noodzakelijk is.
De rechter weegt de belangen van partijen af en concludeert dat de situatie geen toewijzing van de voorlopige voorziening rechtvaardigt. De vordering wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De mondelinge behandeling van de hoofdzaak staat gepland op 15 februari 2022.