ECLI:NL:RBMNE:2022:376
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens te laat ingediend bezwaarschrift tegen wijziging tenaamstelling omzettingsvergunningen
De Stichting vroeg om wijziging van de tenaamstelling van omzettingsvergunningen van diverse panden in Utrecht, welke door het college van burgemeester en wethouders werd toegewezen bij besluit van 28 februari 2020. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit op 14 mei 2020, maar verweerder verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaarperiode.
Eiser stelde dat hij pas op 6 mei 2020 door een Wob-besluit op de hoogte was gesteld van het primaire besluit en dat de termijnoverschrijding daarom verschoonbaar was. Tevens voerde hij aan dat het besluit niet conform artikel 3:41 Awb Pro bekend was gemaakt omdat hij geen belanghebbende was.
De rechtbank oordeelde dat eiser het raadsbesluit al op 5 maart 2020 had ontvangen en dat hij daarmee had moeten weten van het besluit. Artikel 3:41 Awb Pro is niet van toepassing omdat eiser geen belanghebbende was. Verweerder was niet verplicht het besluit anders bekend te maken. Het bezwaar was daarom te laat en niet verschoonbaar. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege een niet-verschoonbare te late indiening van het bezwaarschrift.