ECLI:NL:RBMNE:2022:3769
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen UWV-besluit verwijtbare werkloosheid wegens psychische klachten
Eiseres nam ontslag bij twee werkgevers en vroeg een WW-uitkering aan. Het UWV besloot dat zij verwijtbaar werkloos was en keerde de uitkering niet uit. Eiseres stelde dat haar psychische toestand, waaronder PTSS en neurologische klachten, het ontslag niet aan haar kon worden toegerekend. Zij overhandigde medische verklaringen, maar deze waren onvoldoende concreet.
De verzekeringsarts van het UWV concludeerde dat er geen medische reden was voor het ontslag en dat eiseres bewust had gekozen voor ontslag in de verwachting elders werk te vinden. De rechtbank stelde dat de lat hoog ligt voor het niet aanrekenen van ontslag vanwege psychische klachten en dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de gevolgen van ontslag niet kon overzien.
De rechtbank benadrukte dat het UWV terecht mocht uitgaan van verwijtbare werkloosheid en dat eiseres niet de nodige stappen had genomen om aanvullende medische informatie te verkrijgen. Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het UWV-besluit is ongegrond verklaard en de WW-uitkering wordt niet uitgekeerd.