Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil en de beoordeling in conventie
- op 27 februari 2015 een betaling van € 1.000,-- met als omschrijving ‘Januari, 2015’;
- op 4 mei 2015 een betaling van € 2.000,-- met als omschrijving ‘april 1000 en names [gedaagde] 1000 vanuit de [onderneming 1] ’;
- op 13 mei 2015 een betaling van € 1.500,-- met als omschrijving ‘Voorschot op vakantiegeld [onderneming 2] nv en [gedaagde] BV onder [onderneming 1] BV voor mei 2015’;
- op 2 juni 2015 een betaling van € 2.000,-- met als omschrijving ‘Salaris mei, 2015 [onderneming 2] en [gedaagde] onder [onderneming 1] ’;
- op 13 juli 2015 een betaling van € 2.000,-- met als omschrijving ‘Deel juni 2015’.