In deze arbeidsrechtelijke procedure vordert de werknemer betaling van achterstallig loon vanaf januari 2015 en schadevergoeding wegens verlies van gebruik van een bedrijfsauto. De werkgever voert verweer dat de arbeidsovereenkomst per 1 april 2015 is geëindigd en dat de werknemer zich onrechtmatig heeft verrijkt en voertuigen heeft verduisterd.
De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is en dat de loonvordering over de periode tot 1 juli 2015 onvoldoende is onderbouwd. Voor de periode daarna wijst de kantonrechter de loonvordering af omdat toewijzing naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, mede vanwege de intensieve werkzaamheden van de werknemer voor een zusteronderneming en de verstoorde verhoudingen.
De vordering tot schadevergoeding voor het verlies van de Jaguar wordt eveneens afgewezen. In reconventie verklaart de kantonrechter dat de werknemer onrechtmatig heeft gehandeld door kort na het overlijden van de eigenaar sleutels en kentekenbewijzen van voertuigen aan een onbevoegde af te geven en een Rolls Royce onrechtmatig in te ruilen voor een Jaguar die op zijn naam is gezet. De werknemer wordt aansprakelijk gehouden voor de schade, maar de schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten worden deels gecompenseerd.