Uitspraak
[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster
Inleiding
Beslissing
Beoordeling door de rechtbank
- Doordat zij toen de uitkering was stopgezet geen inkomsten meer had is zij in de schulden geraakt. Onder meer een schuld van € 6.684,- bij de Belastingdienst, doordat de nabetaling in een ander belastingjaar viel. Zij heeft bijna al haar spaargeld moeten inzetten om die schulden af te betalen.
- Op 6 juni 2018 is zij uit haar huis gezet en haar huisraad is vernietigd. Op de zitting heeft zij uitgelegd dat dit kwam doordat haar vader de huur moest beëindigen. Doordat zij geen stabiel inkomen kon aantonen bij verhuurders of de woningstichting kon zij de woning niet houden en ook geen andere woonruimte krijgen. Dat is volgens mevrouw [verzoekster] het gevolg van de kortingen op haar uitkering. De vernietiging van het huisraad kostte € 2.435,94 en volgens haar was de waarde van het huisraad ongeveer € 40.000,-. Toen zij geen uit haar huis is gezet heeft zij van haar creditcard € 2.519,93 betaald voor hotelovernachtingen. Ook heeft zij in de periode nadat zij uit huis gezet was op straat geleefd. Het ging toen heel slecht met haar, zij geeft aan dat zij toen bijna is overleden omdat zij geen onderkomen meer had en geen eten meer kon kopen.
- Door de manier waarop zij door haar voormalige werkgever (eigenrisicodrager) en het UWV is behandeld en bejegend is haar psychische toestand ernstig verstoord. Zij is drie keer opgenomen bij de GGZ, en volgens haar is het UWV daar (mede) verantwoordelijk voor. Toen kwam ze ook nog op straat te staan, waardoor haar toestand nog is verergerd. De letselschade die door het UWV is veroorzaakt valt volgens haar onder meervoudige letsels waar doorgaans een vergoeding tussen de € 76.000,- en € 250.000,- voor staat.
- Voor de perioden waarin zij was opgenomen bij de GGZ wil eiseres een vergoeding ontvangen van € 115,95 per dag, gebaseerd op het inkomen dat zij had kunnen verdienen in die perioden. In totaal is dat over 370 dagen € 42.901,50.
- Daarnaast heeft zij imagoschade geleden doordat zij dakloos is geweest. Dat staat in de weg aan het opstarten van een eigen onderneming met modellenwerk. Zij wil dat deze schade wordt uitgekeerd in de vorm van een betere woning. Zij laat open wat voor vergoeding dit zal moeten zijn, maar geeft de rechtbank mee dat zij een fijne woning in [plaats] heeft gezien ter waarde van € 3.800.000,-.
- Tenslotte is de hoogte van haar huidige IVA-uitkering volgens mevrouw [verzoekster] verkeerd berekend, omdat daarbij ten onrechte rekening zou zijn gehouden met het werk bij haar voormalige werkgever. Als zij de rest van haar leven niet kan werken komt het verschil met de uitkering die zij had moeten krijgen volgens haar uit op € 558.989,26. Daarnaast heeft zij kosten moeten maken voor een advocaat, om weer een uitkering te kunnen ontvangen.