Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Belastingdienst op haar aanvraag. De rechtbank constateert dat de Belastingdienst inmiddels op 17 mei 2022 alsnog een besluit heeft genomen en eerder een maximale dwangsom heeft toegekend wegens het niet tijdig beslissen.
Hierdoor is het procesbelang van eiseres bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen komen te vervallen, waardoor het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. De rechtbank bepaalt echter dat eiseres het betaalde griffierecht van € 50,- vergoed moet krijgen omdat zij ten tijde van het instellen van het beroep wel belang had bij het rechtsmiddel.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Belastingdienst tot betaling van proceskosten van € 379,50,-, berekend met een wegingsfactor van 0,5, omdat de zaak alleen ging over de vraag of de beslistermijn was overschreden. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn op 14 juni 2022 in Utrecht.