Eiseres heeft op 29 januari 2021 een aanvraag ingediend bij de Belastingdienst/Toeslagen. De Belastingdienst had binnen zes maanden, met een eenmalige verlenging van zes maanden, moeten besluiten, maar heeft dit niet gedaan. Eiseres stelde de Belastingdienst op 23 maart 2022 in gebreke, waarna de rechtbank constateerde dat de beslistermijn was overschreden.
De rechtbank stelt vast dat de Belastingdienst de dwangsom niet correct heeft vastgesteld en legt deze daarom zelf vast op €1.442,- voor de periode vanaf 7 april 2022 tot aan de uitspraak. De rechtbank verplicht de Belastingdienst om binnen twaalf weken na het verweerschrift alsnog een besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de complexiteit van de herbeoordelingen in het kader van de kinderopvangtoeslagenaffaire.
Daarnaast bepaalt de rechtbank dat voor elke dag dat de Belastingdienst na 15 juli 2022 nog niet beslist, een dwangsom van €100,- geldt, met een maximum van €15.000,-. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit, en veroordeelt de Belastingdienst tot betaling van proceskosten van €379,50 en het griffierecht aan eiseres.