ECLI:NL:RBMNE:2022:3852
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser betwist de WOZ-waarde van zijn woning, een twee-onder-een-kap woonboerderij in Utrecht, die voor het belastingjaar 2021 is vastgesteld op € 586.000,-. Verweerder heeft de waarde bepaald met de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen van hetzelfde type zijn gebruikt. Eiser stelde een lagere waarde van € 450.000,- voor.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix en toelichting tonen aan dat de vergelijkingsmethode zorgvuldig is toegepast en dat rekening is gehouden met verschillen tussen de woningen. De eerdere referentiewoningen met lagere verkoopprijzen betroffen andere woningtypen en locaties.
De rechtbank wijst erop dat de WOZ-waarde jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld op basis van marktgegevens rond de waardepeildatum, ongeacht stijgingen ten opzichte van voorgaande jaren. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Wel wordt verweerder opgedragen het griffierecht van eiser te vergoeden omdat de taxatiematrix in beroep meer inzicht bood in de waardebepaling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 586.000,- wordt ongegrond verklaard.