ECLI:NL:RBMNE:2022:3868
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser stelde beroep in tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Utrecht, die door verweerder was vastgesteld op €287.000 voor het belastingjaar 2021. Verweerder gebruikte de vergelijkingsmethode met een taxatiematrix waarin vier referentiewoningen werden meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix en toelichting gaven voldoende inzicht in de waardebepaling en de onderlinge verschillen tussen de woningen. De beroepsgrond dat verweerder artikel 40 van Pro de Wet WOZ had geschonden werd buiten beschouwing gelaten omdat eiser dit niet tijdig en herhaaldelijk had aangevoerd tijdens de hoorzitting.
Daarnaast werden de bezwaren van eiser over de invloed van perceeloppervlakte, gebruiksoppervlakte en ligging nabij een spoorlijn onvoldoende onderbouwd geacht om de vastgestelde waarde te verlagen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €287.000 wordt ongegrond verklaard.