ECLI:NL:RBMNE:2022:3870
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van een woning in Utrecht
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan de [adres 1] in Utrecht, die door verweerder is vastgesteld op €1.113.000 voor het belastingjaar 2021. Verweerder heeft de waarde bepaald met de vergelijkingsmethode, waarbij vijf referentiewoningen zijn gebruikt. Eiser stelt een lagere waarde van €911.000 voor en voert aan dat verweerder niet voldoende inzicht heeft gegeven in de gehanteerde KOUDVL-factoren en waardes van objectonderdelen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix en toelichting geven inzicht in de vergelijking met referentiewoningen en de rekening gehouden verschillen in gebruiksoppervlakte, perceeloppervlakte, onderhoud en voorzieningen. Het beroep op schending van artikel 40 Wet Pro WOZ wordt buiten beschouwing gelaten omdat eiser dit niet tijdig heeft herhaald tijdens de hoorzitting.
Verder wijst de rechtbank het beroep af omdat verweerder overtuigend heeft toegelicht dat de theorie van afnemend grensnut niet van toepassing is en dat er voldoende rekening is gehouden met het onderhouds- en voorzieningenniveau van de woning. De vastgestelde WOZ-waarde wordt gehandhaafd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.113.000 wordt ongegrond verklaard.