Verzoekers, waaronder een vereniging en een privépersoon, verzochten de rechtbank om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten gericht op de wetenschappelijke bijdrage van verweerster aan de Corman-Drosten paper, een artikel over een testprotocol voor SARS-CoV2.
De rechtbank oordeelde dat de vereniging niet voldeed aan de wettelijke vereisten voor het instellen van een collectieve actie en geen eigen belang had bij de procedure. Het verzoek van de privépersoon werd inhoudelijk beoordeeld, maar de rechtbank vond dat de vragen aan getuigen niet gericht waren op concrete, bewijsbare feiten die de vordering konden ondersteunen, maar op algemene wetenschappelijke opinies en bekende gegevens.
Daarbij werd meegewogen dat een voorlopig getuigenverhoor niet bedoeld is voor fishing expeditions of bevestiging van reeds bekende feiten. Ook persoonlijke emotionele belangen van verzoeker konden geen voldoende belang opleveren. Het verzoek werd daarom afgewezen en verzoekers werden veroordeeld in de proceskosten.