ECLI:NL:RBMNE:2022:389
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiseres betwistte de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van haar appartement in Utrecht, vastgesteld op €218.000 per 1 januari 2020, en stelde een lagere waarde van circa €194.000 voor. De gemeente onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare woningen werden aangevoerd als referentie.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De referentiewoningen waren qua ligging, bouwjaar en verkoopdatum voldoende vergelijkbaar en de verschillen in gebruiksoppervlakte waren adequaat verwerkt. Eiseres trok haar beroepsgrond over de koopgarantregeling in en haar stellingen over een onjuiste berekening van de bruto inhoud van de woning en referentiewoningen werden door de rechtbank niet gevolgd.
De rechtbank concludeerde dat de gemeente de waarde op juiste wijze had bepaald en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Stijnen op 7 februari 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €218.000 wordt ongegrond verklaard.