Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De stukken
- de mededeling van het vonnis op 12 mei 2021;
- de schriftelijke vordering van de officier van justitie van 25 mei 2022 die strekt tot de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde PIJ-maatregel;
- het reclasseringsadvies van SAVE van 9 maart 2022, opgemaakt door S. Hafsi, reclasseringswerker;
- de afsluitende rapportage van De Waag van 9 maart 2022, opgemaakt door D. Winkelman, regiebehandelaar en A. Kramer, uitvoerend behandelaar;
- het aanvullend advies van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 23 juni 2022, opgemaakt door F.J. Lantain, raadsonderzoeker.
- Een aanvullende brief van 8 juli 2022 van de Raad voor de Kinderbescherming ten behoeve van de TUL zitting van 1 juli 2022, opgemaakt door F.J. Lantain, raadsonderzoeker.
2.Het onderzoek ter terechtzitting
- de officier van justitie mr. F. Rethmeier;
- [veroordeelde] ;
- de raadsman mr. D.C. Dorrestein, advocaat te Utrecht ;
- de moeder van [veroordeelde] ;
- de heer S. Hafsi, reclasseringswerker.
- de officier van justitie mr. F. Rethmeier;
- [veroordeelde] ;
- de raadsman mr. D.C. Dorrestein, advocaat te Utrecht ;
- de moeder van [veroordeelde] ;
- de heer S. Hafsi, reclasseringswerker;
- mevrouw C.P. Annoff, raadsmedewerker;
- mevrouw [medewerker instelling] , medewerker bij de William Schrikker Stichting