Uitspraak
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
geentijdige en haalbare realistische planning had gemaakt. De rechtbank verwijt de raadsman in de kern dus dat hij te laat is begonnen met de voorbereiding van de inhoudelijke behandeling, terwijl daarvoor geen objectieve rechtvaardiging bestaat;
telaat is begonnen met de voorbereiding van de inhoudelijke behandeling. Daardoor kunnen overmacht c.q. de onvoorziene (persoonlijke) omstandigheden van de raadsman niet meer in de weg staan aan een inhoudelijke behandeling;