Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 oktober 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (verweerder)
Inleiding
Inhoud bestreden besluit (in essentie weergegeven)
Beroepsgronden van eiseres (in essentie weergegeven)
Beoordeling door de rechtbank
“ik verhuur alleen de bovenverdieping.”De rechtbank overweegt dat eiseres geen volledige openheid heeft gegeven over alle van belang zijnde gegevens. Zij heeft dus niet aan alle verplichtingen voldaan. Dit betekent dat verweerder terecht is overgegaan tot herziening van het AOW-pensioen met terugwerkende kracht. Alleen in geval van dringende redenen is verweerder op basis van het vijfde lid van artikel 24 van Pro de AOW bevoegd geheel of gedeeltelijk af te zien van terugvordering. Volgens vaste jurisprudentie [9] doen dringende reden om af te zien van terugvordering zich alleen voor als de terugvordering voor eiser onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen heeft. Dat is de rechtbank niet gebleken. De rechtbank volgt dan ook het standpunt van verweerder dat vanwege de bijzondere omstandigheden van het geval (met name de coronacrisis) het onderzoek laat heeft plaatsgevonden en dat dit niet volledig voor risico van eiser mag komen. Een beperking van de terugwerkende kracht met vier maanden acht de rechtbank daarom redelijk. De beroepsgrond slaagt niet. Het bestreden besluit kan standhouden.