Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarden van twee niet-woningen die door verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente, voor het belastingjaar 2020 te hoog waren vastgesteld. Na eerdere bezwaarprocedures waarbij de waardes gehandhaafd bleven, erkende verweerder tijdens de zitting dat de WOZ-waarden onjuist waren en stelde hij aanzienlijk lagere waardes voor. Eiseres stemde hiermee in.
De rechtbank constateert dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de WOZ-waarden van object 1 en object 2 en verklaart het beroep gegrond. De WOZ-waarden worden vastgesteld op respectievelijk € 15.750,- en € 47.250,-. De aanslagen onroerendezaakbelasting worden dienovereenkomstig verminderd.
Daarnaast bepaalt de rechtbank dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 720,- dient te vergoeden. De uitspraak vervangt de vernietigde uitspraken op bezwaar en is openbaar gemaakt op 7 februari 2022.