ECLI:NL:RBMNE:2022:3946
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering Tozo 3-uitkering wegens aanspraak studiefinanciering
Eiseres, een voltijdse hbo-studente en ondernemer, ontving een Tozo 3-uitkering over de periode 1 december 2020 tot en met 28 februari 2021. Verweerder trok deze uitkering in en vorderde €3.209,91 terug omdat eiseres aanspraak kon maken op studiefinanciering, een voorliggende voorziening op grond van de Participatiewet (Pw).
Eiseres voerde aan dat zij feitelijk geen studiefinanciering ontving en dat enkel de aanspraak daarop geen uitsluitingsgrond mag zijn. Ook stelde zij dat zij niet geïnformeerd was over deze uitsluitingsgrond. De rechtbank oordeelde dat het recht op bijstand en Tozo-uitkering wordt uitgesloten indien aanspraak op studiefinanciering bestaat, ongeacht of deze daadwerkelijk wordt ontvangen.
De rechtbank bevestigde dat de rentedragende lening uit de Wet studiefinanciering 2000 als voorliggende voorziening geldt. Verweerder was bevoegd de uitkering met terugwerkende kracht in te trekken en terug te vorderen. Dringende redenen om van terugvordering af te zien werden niet aannemelijk gemaakt door eiseres.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van de Tozo 3-uitkering wegens aanspraak op studiefinanciering wordt ongegrond verklaard.