Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
de rechtbank begrijpt 14 november 2021)?
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 september 2022;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal gebruik middelen bij geweldsdelicten van 14 november 2021, genummerd PL0900-2021360692-1, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina’s 18-20.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 september 2022;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 14 november 2021, genummerd PL0900-2021360692-14, opgemaakt door hoofdagent [verbalisant 2] van de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina’s 48-50;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 14 november 2021, genummerd PL0900-2021360692-11, opgemaakt door hoofdagent [verbalisant 3] van de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina’s 51-52;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 14 november 2021, genummerd PL0900-2021360692-2, opgemaakt door hoofdagent [verbalisant 1] van de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 26-29.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 40 dagen;
gedeelte van 27 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
taakstraf van 30 uren;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 2.677,20;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2021 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte in de proceskosten van de benadeelde partij, tot heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 2.677,20 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 36 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.