ECLI:NL:RBMNE:2022:397
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken bezwaargronden bij Wob-verzoek
Eiser diende op 8 maart 2021 een verzoek in op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Verweerder wees dit verzoek deels af bij besluit van 29 april 2021. Eiser maakte bezwaar, maar diende geen gronden van bezwaar in. Verweerder verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk bij beslissing op bezwaar van 22 juni 2021.
Eiser stelde dat verweerder het bezwaar onterecht niet-ontvankelijk had verklaard en dat verweerder de afhandeling van het Wob-verzoek vertraagde. De rechtbank moest beoordelen of eiser daadwerkelijk gronden voor zijn bezwaar had ingediend. Uit het dossier bleek dat eiser ondanks een brief van verweerder waarin hij werd uitgenodigd alsnog gronden in te dienen, dit niet heeft gedaan.
Eiser stuurde wel e-mails waarin hij stelde dat zijn motivatie bekend was, maar gaf geen concrete bezwaargronden aan. De rechtbank oordeelde dat deze opmerkingen onvoldoende zijn om als bezwaargronden te gelden. Er was geen reden om het verzuim te verontschuldigen.
Daarom concludeerde de rechtbank dat verweerder het bezwaar terecht niet inhoudelijk heeft behandeld en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep tegen deze beslissing werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij geen bezwaargronden heeft ingediend.