ECLI:NL:RBMNE:2022:4027
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde van woning ongegrond verklaard
Eiser ontving een WOZ-aanslag voor zijn woning met een waarde van €222.000 per 1 januari 2020, waartegen hij bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde. Hij stelde dat de waarde te hoog was en pleitte voor een lagere waarde van €193.000.
De heffingsambtenaar heeft de waarde vastgesteld met behulp van een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde omgeving, die qua bouwjaar, staat en uitstraling voldoende vergelijkbaar zijn. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen tussen de woningen, waaronder correcties voor onderhoud en kwaliteit.
De rechtbank verwierp de argumenten van eiser dat de woning slechter was dan gemiddeld beoordeeld en dat het principe van afnemend grensnut niet juist was toegepast. De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €222.000 wordt ongegrond verklaard.