ECLI:NL:RBMNE:2022:4029
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiseres ontving een WOZ-aanslag voor haar woning in Utrecht, vastgesteld op €747.000 per 1 januari 2020. Zij stelde dat de waarde te hoog was en vorderde een lagere waardering van €642.000. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde en onderbouwde dit met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde omgeving.
De rechtbank oordeelde dat de taxatiematrix en toelichting voldoende inzicht boden in de waardebepaling en dat de referentiewoningen vergelijkbaar waren. Diverse door eiseres aangevoerde beroepsgronden, waaronder het ontbreken van stukken in de bezwaarfase, onvolledige weergave van de hoorzitting, en onvoldoende rekening houden met onderhoudsstaat en eigen bootplek, werden afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing of strijd met de goede procesorde.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk heeft gemaakt en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Eiseres werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.