ECLI:NL:RBMNE:2022:4032
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in een woonplaats, vastgesteld op €411.000 per 1 januari 2020. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €379.000 voor.
De heffingsambtenaar heeft zijn standpunt onderbouwd met een taxatiematrix waarin drie referentiewoningen in dezelfde woonplaats worden vergeleken. De rechtbank oordeelt dat de woningen voldoende vergelijkbaar zijn op basis van bouwjaar, ligging en andere factoren, en dat de waarde van eiser's woning niet te hoog is vastgesteld. De rechtbank weegt ook de door eiser aangevoerde argumenten over voorzieningenniveau, ligging en indexering mee, maar acht deze onvoldoende om de vastgestelde waarde te verlagen.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde aannemelijk heeft gemaakt en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter P.J.M. Mol op 27 juli 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.