Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de dagvaarding met 15 producties is op 8 maart 2022 bij [gedaagde sub 1] c.s. bezorgd,
- [gedaagde sub 1] c.s. heeft schriftelijk op de dagvaarding gereageerd (conclusie van antwoord). Hij heeft 9 producties bijgevoegd,
- de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 11 augustus 2022. Verschenen zijn mevrouw [eiseres] , vergezeld van haar gemachtigden en een tolk. De heer en mevrouw [achternaam gedaagde sub 1] zijn verschenen, vergezeld van hun gemachtigde. Partijen hebben ieder een pleitnota overgelegd. Van wat er is besproken heeft de griffier aantekening gemaakt. Aan het slot van de zitting heeft de kantonrechter meegedeeld dat op 7 september 2022 vonnis zal worden gewezen.
2.De feiten
3.De vorderingen en het verweer
namenshaar verricht, op basis van mondelinge afspraken die zij en [A] daarover hebben gemaakt over de onderlinge verdeling van de vaste lasten. [A] heeft die betalingen daarom niet onverschuldigd verricht, maar ter uitvoering van de afspraken met [eiseres] . [gedaagde sub 1] c.s. heeft die door [A] verrichte betalingen ook beschouwd als betalingen verricht namens haar: hij heeft die bedragen immers niet aan [A] geretourneerd wegens onverschuldigde betaling en hij heeft [eiseres] ook nooit aangesproken wegens het niet volledig betalen van de huur. De huur en waarborgsom zijn dus door [eiseres] betaald en wat teveel aan huur is betaald en de volledige resterende waarborgsom dient [gedaagde sub 1] c.s. aan haar te retourneren, aldus [eiseres] .
4.De beoordeling
- € 86,00 griffierecht;
- € 9,41 informatiekosten;
- € 746,00 salaris gemachtigde (2 punten x het tarief van € 373,00).