ECLI:NL:RBMNE:2022:4070
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake compensatie toeslagenaffaire Catshuisregeling
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 1 mei 2021, waarin zij niet in aanmerking werd geacht voor een compensatie van €30.000,- op grond van de Catshuisregeling. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld op 23 augustus 2022, waarbij verzoekster niet aanwezig was.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster belanghebbende is bij het besluit, ondanks dat het adres niet op het besluit vermeld stond, omdat het besluit aan haar gemachtigde is gestuurd en haar naam en Burgerservicenummer in het besluit staan. Verzoekster stelde dat zij het besluit niet tijdig en correct heeft ontvangen, maar dit leidt niet tot recht op een voorschot omdat de Catshuisregeling voorschrijft dat een beslissing vóór 1 mei 2021 moet zijn genomen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster geen omstandigheden heeft aangedragen die haar als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagenaffaire kwalificeren. Het bezwaar heeft daarom geen redelijke kans van slagen. Ook een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:88 Awb Pro wordt afgewezen wegens het ontbreken van onrechtmatigheid van het besluit. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en er is geen aanleiding tot vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor een voorschot op grond van de Catshuisregeling wordt afgewezen.