Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag en stelt dat de Belastingdienst niet tijdig op haar bezwaar heeft beslist. De rechtbank constateert dat de Belastingdienst de beslistermijn van twaalf weken, die geldt vanwege de betrokken adviescommissie, heeft overschreden. Eiseres heeft de Belastingdienst in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken verstreken, waardoor het beroep gegrond is.
De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst alsnog binnen een redelijke termijn, gesteld op tien weken vanaf het verweerschrift, een besluit moet nemen. Deze termijn is verlengd vanwege de complexiteit en het grote aantal herbeoordelingen. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de beslissing uitblijft.
Verder stelt de rechtbank de reeds verbeurde dwangsom vast op € 1.442,- en veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 379,50) en het betaalde griffierecht (€ 50). De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier M.L. Bressers op 12 oktober 2022.