ECLI:NL:RBMNE:2022:4121
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde tussenwoning in Utrecht op 1 januari 2019
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een tussenwoning in Utrecht, vastgesteld op €311.000 per 1 januari 2019. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €256.000 voor, onderbouwd met bezwaren tegen de gehanteerde taxatiematrix en gebruiksoppervlakten van referentiewoningen.
De rechtbank heeft het bewijs van verweerder, bestaande uit een taxatiematrix met vergelijkbare woningen en toelichtingen daarop, beoordeeld. De verschillen tussen de referentiewoningen en de woning van eiser zijn volgens de rechtbank niet zodanig dat de taxatiematrix onbruikbaar is. Ook de door eiser aangevoerde afwijkingen in gebruiksoppervlakte en voorzieningen zijn onvoldoende om de vastgestelde waarde te verlagen.
De rechtbank concludeert dat verweerder zijn bewijslast heeft voldaan en dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €311.000 gehandhaafd.