ECLI:NL:RBMNE:2022:4123
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging Ziektewet-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewet-uitkering te beëindigen omdat zij meer dan 65% van haar oude loon kan verdienen. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat de uitkering tijdens de bezwaarprocedure doorbetaald zou worden.
De voorzieningenrechter overwoog dat bij financiële geschillen niet snel sprake is van onverwijlde spoed, tenzij er een acute financiële noodsituatie is. Verzoekster stelde dat haar gezin financieel in de knel zit omdat haar man net te veel verdient voor bijstand en binnenkort minder zal gaan verdienen als freelancer. Zij heeft echter geen concrete stukken overlegd waaruit een acute noodsituatie blijkt.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoekster niet heeft aangetoond dat zij niet in haar primaire levensbehoeften kan voorzien en dat er geen sprake is van een spoedeisend belang. Ook was het besluit van het UWV niet evident onrechtmatig. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.