Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: verdachte
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 3 oktober 2022;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 21 april 2020, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, inhoudende de aangifte van [slachtoffer] , inclusief bijlagen, opgenomen op pagina 36 e.v. van het dossier met registratienummer PL0900-2020115778;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van ontvangst klacht door hulpofficier van justitie, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, inhoudende de klacht van [slachtoffer] , opgenomen op pagina 34 en 35 van voornoemd dossier;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangeefster van 21 december 2021, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] met betrekking tot een aanvulling op de klacht, opgenomen op pagina 104 e.v. van voornoemd dossier;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 3 januari 2022, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, opgenomen op pagina 112 en 113 van voornoemd dossier.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
Verdachte deed dit alles, naar eigen zeggen, uit jaloezie, omdat zij geen relatie (meer) met hem wilde. Verdachte heeft zich jegens aangeefster schuldig gemaakt aan dwang, smaadschrift en belaging, en hiermee een ernstige en langdurige inbreuk gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer. Door foto’s te verspreiden waarop zij jonger was dan achttien jaar heeft hij bovendien materiaal tentoongesteld dat als kinderpornografisch moet worden aangemerkt. Uit de aangifte blijkt dat het dagelijks leven van aangeefster door het handelen van verdachte verregaand is verstoord. Hij heeft haar beperkt in haar bewegingsvrijheid door haar veelvuldig te belagen met ongewenste contacten. Zij heeft jarenlang geleefd met de angst dat verdachte zijn dreigement zou uitvoeren. Voorts blijkt uit door haar verstuurde berichten, dat aangeefster verdachte meermalen indringend heeft verzocht haar met rust te laten en hem heeft uitgelegd hoezeer zijn handelen haar aangreep. Dit heeft hem echter niet op andere gedachten gebracht. Haar mening deed er voor verdachte niet toe, zo verklaarde hij ter terechtzitting. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk.
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
gevangenisstrafvan
5 maanden;
4 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijdvan
3 (drie) jarenvast;
taakstrafvan
240 uren;