ECLI:NL:RBMNE:2022:416
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na beroep tegen aanslag onroerendezaakbelasting
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die is vastgesteld op €369.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2019. Eiser stelt een lagere waarde van €319.000,- voor, onderbouwd met een eigen taxatierapport. Verweerder handhaaft de waarde en heeft een taxatiematrix overgelegd met vergelijkingsobjecten uit dezelfde straat.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De vergelijkingsmethode is adequaat toegepast, waarbij rekening is gehouden met kwaliteit, onderhoud, voorzieningen, uitstraling en ligging. De indexering is voldoende inzichtelijk gemaakt, ondanks bezwaren van eiser over de onderliggende gegevens.
Eiser heeft tijdens de zitting enkele beroepsgronden ingetrokken en andere te laat aangevoerd, waardoor deze buiten beschouwing blijven. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat de voorzieningen en het ontbreken van isolatie onvoldoende zijn meegenomen. De door verweerder gekozen referentiewoningen zijn passend en de verschillen zijn adequaat gecorrigeerd.
Gelet op de vrije bewijsleer in het belastingrecht en de onderbouwing van verweerder, wordt het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter J.R. van Es-de Vries op 31 januari 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €369.000,- wordt ongegrond verklaard.