De ex-werknemer meldde zich op 3 oktober 2019 ziek vanwege klachten na een auto-ongeluk in 2016. De werkgever ging ervan uit dat zij op 14 oktober 2019 weer zou kunnen werken, maar de werknemer gaf in februari 2020 aan nog ziek te zijn. Het UWV wees aanvankelijk een Ziektewetuitkering af, maar verklaarde dit bezwaar later gegrond en kende de uitkering toe vanaf 14 oktober 2019.
De werkgever stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat onvoldoende was aangetoond dat de werknemer op 14 oktober 2019 al dezelfde beperkingen had als bij de eerstejaars ziektewetbeoordeling (EZWB) in oktober 2020. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de medische toestand van de werknemer op 9 december 2019 al aanleiding gaf tot doorverwijzing naar een neuroloog.
Hoewel niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat de beperkingen op 14 oktober 2019 gelijk waren aan die bij de EZWB, moest dit twijfel ten gunste van de werknemer worden uitgelegd. De werkgever had geen controlearts ingezet om de arbeidsgeschiktheid op die datum vast te stellen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het recht op Ziektewetuitkering vanaf 14 oktober 2019.